Het Nulpuntenergieveld

verklaring voor vreemde quantumeffecten

Het nulpuntenergieveld is een begrip uit de quantummechanica. Quantummechanica is de beschrijving van de natuurwetten op de schaal van de grootte van atomen en kleiner. Hier gelden andere natuurwetten dan op onze menselijke schaal. Elk deeltje is nooit volledig in rust en heeft altijd een rest aan bewegingsenergie. Dit blijkt uit de vergelijking voor een willekeurig quantumsysteem zoals het quantumsysteem van een deeltje. De laagste energietoestand is namelijk niet nul maar heeft een bepaalde minimale waarde. Deze energie wordt de nulpuntsenergie genoemd omdat het de energie is die overblijft als alles zich in het absolute nulpunt bevindt. Het is de energie van het vacuŁm bij het absolute temperatuursnulpunt. Het gaat hier om een enorme hoeveelheid energie. De nulpuntsenergie is een factor 1040 groter dan de totale energie van het universum.

Omdat de nulpuntsenergie alomtegenwoordig is en volgens de theorie dus niets verandert wordt zij verwaarloosd. Deze benadering wordt hernormalisatie genoemd. Er zijn echter een aantal effecten in de natuurkunde die veroorzaakt worden door fluctuaties van het nulpuntenergieveld.

Een van die effecten is de zogenaamde Lamb-shift. Fluctuaties in het nulpuntenergieveld zorgen ervoor dat elektronen enigszins in hun baan kunnen bewegen en dat leidt tot frequentieverschuivingen van maximaal 1000 Hz.

Een ander effect werd in de jaren veertig door Hendrik Casimir ontdekt. Het Casimireffect is dat twee metalen platen die zich heel dicht bij elkaar bevinden naar elkaar toegetrokken worden. Tussen de platen bevinden zich alleen die golven van het nulpuntenergieveld die er precies tussen passen. Buiten de platen staan alle nulpuntenergiegolven en dus is de energiedichtheid van het veld daar groter. Daardoor worden de platen naar elkaar toe geduwd.

Een aantal problemen uit de quantummechanica kan met behulp van de fluctuaties van het nulpuntenergieveld worden verklaard. Een daarvan is het onzekerheidsprincipe dat zegt dat het onmogelijk is alle eigenschappen van een deeltje tegelijk te kennen. De energie van een deeltje kan niet exact worden bepaald omdat de energie door de fluctuaties van het veld altijd verandert.

Een ander probleem van de quantummechanica is de verklaring van de stabiliteit van atomen. Volgens de klassieke theorie zou een elektron dat om een atoomkern cirkelt zijn energie uitstralen om dan in een spiraalvormige baan in de atoomkern te eindigen. Bohr postuleerde daarom dat het voor een elektron eenvoudigweg niet toegestaan is zich in een andere baan te bevinden en leidde daaruit allerlei quantumwetten af. Maar met behulp van de fluctuaties van het nulpuntenergieveld is de stabiliteit van atomen eenvoudig te verklaren. Hal Puthoff toonde aan dat een elektron in zijn baan om de atoomkern blijft omdat het elektron in een dynamisch evenwicht continu energie afstaat en onttrekt uit het nulpuntenergieveld.

De aantrekkingskracht tussen atomen, de zogenaamde vanderwaalskrachten, wordt veroorzaakt door variaties in de ladingsverdeling van de atomen die worden veroorzaakt door nulpuntenergiefluctuaties.

De zwaartekracht kan worden beschouwd als een soort druk tussen twee objecten veroorzaakt, door de blokkering van bepaalde nulpuntenergiegolven als een Casimireffect op lange afstand. De zwaartekracht stemt volledig overeen met de trillingsbeweging (zitterbewegung) van het nulpuntenergieveld. Dit verklaart ook waarom zwaartekracht zwak is en niet afgeschermd kan worden.

Bron: Het Veld, Lynne McTaggart